Wat doet een fysiotherapeut?

Fysiotherapie of kinesitherapie is een paramedisch beroep dat zich bezighoudt met de behandeling van klachten aan het steun- en bewegingsapparaat van de mens.
De fysiotherapeut is de expert in houding en beweging. Hij helpt je bij het voorkomen, verhelpen of verminderen van je lichamelijke klachten en zorgt ervoor dat je weer optimaal kunt bewegen. De zorg van een fysiotherapeut past bij jouw persoonlijke situatie en is gericht op het doel dat jij wilt bereiken. Soms krijg je alleen advies, soms ook een behandeling.

De fysiotherapeut doet een lichamelijk onderzoek, stelt een behandelplan op en bespreekt dat met de patiënt/ cliënt. Het is altijd de patiënt/ cliënt die verantwoordelijk is voor zijn eigen genezing. De fysiotherapeut speelt hierbij een ondersteunende rol.

Geschiedenis en opkomst van de fysiotherapie

Elke beroepsgroep heeft zijn geschiedenis. Fysiotherapie is niet zomaar ontstaan. Vanuit de heilgymnastiek, 150 jaar geleden, ontwikkelde zich gestaag het vak van fysiotherapie en wist de fysiotherapeut zich in de loop van de laatste 50 jaar een prominente plaats in de gezondheidszorg te verwerven. Eind jaren zestig was er in de zorg geen beroep zo sterk in opkomst als de fysiotherapie. Niet alleen steeg de belangstelling en waardering van het vak, maar ook het aantal fysiotherapeuten steeg exponentieel.

Het fundament van de huidige fysiotherapie ligt al in de klassieke oudheid. Hippocrates (ca. 460-370 v. Chr.) was de grondlegger van de moderne geneeskunde en natuurgeneeskunde. Zijn uitgangspunt was dat het lichaam zichzelf kan genezen.
Sinds enkele decennia doet in de westerse maatschappij het holistische genezen zijn opgang, oftewel een gezondheidsaanpak die uitgaat van het hele menselijke wezen en de onlosmakelijke relatie tussen lichaam en geest. Met daarbij de leefstijlprincipes bewegen, rust en gezonde eet- en drinkgewoonten. Daarbij staat de balans tussen geestelijk, lichamelijk en emotioneel functioneren centraal. Zoals als de nu ook steeds meer centraal wordt gesteld door de huidige leefstijlcoaches.

De fysiotherapie zoals die nu in ons land bekend is, vindt haar oorsprong in de eerste helft van de 19e eeuw. De voorlopers van de huidige fysiotherapie waren de heilgymnasten en de masseurs die hun intrede deden in de eerste helft van de 19e eeuw.
De artsen probeerden hun terrein af te bakenen door in 1865 de Wet regelende de Uitoefening van de Geneeskunst (WUG) in gang te zetten, waarmee de geneeskunst tot verboden terrein werd verklaard voor onbevoegden. De voorlopers van de huidige fysiotherapeuten waren dus artsen of heilgymnasten-masseurs die onder toezicht van artsen werkten. Toch werden ze mondjesmaat expliciet steeds meer ingezet in de heelkunde.
Door de opkomst van de orthopedie in de heelkunde begon het tij te keren en deden artsen steeds vaker een beroep op de kennis en kunde van de heilgymnast-masseur, dit omdat zij binnen het domein van de geneeskunde vielen.

In de jaren 50 werd het vakgebied verder uitgebreid naar drie componenten, heilgymnastiek, massage en fysische therapie.
In 1965 is er officieel sprake van het vakgebied fysiotherapie en werd het omgedoopt naar NGF Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie. In 1969 studeerden de eerste fysiotherapeuten af op HBO-niveau. In 1989 vierde het NGF zijn eeuwfeest en ter gelegenheid hiervan verleende het toenmalig staatshoofd, koningin Beatrix, het genootschap het predicaat ‘koninklijk’ en werd het KNGF.
De studenten van nu krijgen, vergeleken met de jaren 70, bijvoorbeeld het vak fysische therapie niet meer, er wordt nu steeds meer gericht op oefenprogramma’s om de zelfstandigheid van mensen te vergroten.

In de jaren tachtig van de vorige eeuw ging er een andere wind draaien in de zorg en in de fysiotherapie. Zorgverzekeraars, zoals het ziekenfonds toen, wilden steeds meer wetenschappelijk bewezen behandelingen zien en fysiotherapeuten moesten met bewijzen komen voor de effectiviteit van hun behandelingen.
Behalve de vraag naar effectiviteit waren er ook vele andere veranderingen waar de fysiotherapie aan onderhevig was, zoals de maatschappelijke en culturele normen en waarden m.b.t. de gezondheid. Denk aan de mondige burger, de vergrijzing van de samenleving, de opkomst van de sportbeoefening en de marktwerking in de zorg. Mede hierdoor kwamen er specialisaties in het vak.

In de jaren negentig van de vorige eeuw werd, naast de wetenschappelijking, ‘kwaliteit’ een issue, er volgden steeds meer kwaliteitseisen. In 1989 en 1990 maakten overheid, zorgverzekeraars en zorgverleners afspraken over het te voeren kwaliteitsbeleid. De fysiotherapie kreeg te maken met uniform behandelen, richtlijnen, verplichte bij- en nascholing, een centraal kwaliteitsregister en verplichte registratie. Een andere grote verandering was dat op 1 januari 2006 de Wet directe toegankelijkheid fysiotherapie in werking trad. Wat inhoud dat iedereen direct een afspraak kan maken bij een fysiotherapeut zonder eerst langs de huisarts te gaan.
De fysiotherapie maakt ook vorderingen zoals de benadering van gezondheidsproblemen vanuit een brede context. Het denken vanuit een biomedisch perspectief is in Nederland eind jaren tachtig vervangen en staan angsten, onzekerheden en de sociaal-matschappelijke context centraal in de gezondheidsproblematiek. Ook zijn er steeds meer nieuwe inzichten vanuit de neurowetenschappen over de werking van het brein en is er binnen de fysiotherapie meer aandacht voor pijneducatie bij chronische pijn. Veel patiënten/ cliënten verwachten echter geenpijnuitleg te krijgen, maar een fysieke behandeling. Dat vraagt om nieuwe competenties van de fysiotherapeut op het communicatieve vlak. Een laatste ontwikkeling is dat de fysiotherapie de positieve gezondheid, waarbij de balans tussen lichaam en geest centraal staat, steeds meer omarmt.